|
De eerste auto-sloperijen doken op in Nederland omstreeks 1950. Na hun laatste rit werden de auto's op een terrein verzameld waar ze stonden te wachten of er nog iemand iets van hun nog bruikbare onderdelen nodig had. Vaak werden die er dan ter plekke er af gesloopt en verkocht aan een blije klant die voor een klein bedrag zijn eigen auto weer kompleet maakte.
Uiteraard kwam er wel hier en daar een afvalstofje vrij maar daar maakte toendertijd zich nog weinigen zorgen over. Deze manier van autoslopen is in een modern land voorbij. Nieuwe veiligheids- en millieuwetgevingen hebben de oude autokerkhoven veranderd. Demontage en recycling zijn nu beter passende uitdrukkingen geworden in plaats van slopen. Verschillende materialen (plastic,rubber,metaal,olie) worden netjes van elkaar gescheiden en de nog bruikbare onderdelen worden ordelijk opgeslagen. Fabrikanten helpen bij dit proces met richtlijnen en adviezen. Deze moderne manier van "slopen" heeft de oude definitief,voorgoed en terecht vervangen. Zoals het begonnen is, is voor jonge mensen zelfs al onzichtbaar geworden. Voor wie zich de oude sloperijen nog wel herinnert is de herkenning van oude beelden plezierig. Wim Reuvers heeft van veel auto's die er zoal langs kwamen voldoende onderdelen bewaard om een wagenpark op te bouwen wat ook oldtimermuseum zou mogen heten. Grote kans dat de eerste auto van vader of opa er bij staat. |
|||||
|
|||||