Autosloperijmuseum

  • Vergroot letter grootte
  • Standaard letter grootte
  • Verklein letter grootte

Over de achtergrond van het autosloperijmuseum.


De liefde voor het autoslopen begon voor de toen 10-jarige Willem Reuvers in Amsterdam,
waar zijn oom begin jaren ’60 een autosloperij bezat.
Hij vond het een fascinerende plek waar hij veel kon leren over de techniek van een auto,hoe hij in elkaar zat.
Je moet weten dat in de 50 en 60’er jaren een auto echt  iets bijzonders was.
Eind jaren 50 waren er  ongeveer 5 auto’s in een gemiddelde straat, en bijv. op de Hucht in Tiel maar 1 auto.
De  familie Reuvers bezaten relatief  gezien veel auto’s.

Het autoslopen van vroeger en nu is een wereld van verschil.
Auto-recycling heet het nu.
Kwam er vroeger alleen maar  handgereedschap zoals hamers, bijlen en sleutels (voor het in en uit elkaar schroeven) aan te pas, nu is het werk  maar gedeeltelijk handmatig en wordt het meeste machinaal gedaan, bijv. door hijskranen en persen.  Eerst voorbereid door een demontagebedrijf waarvan er zo’n 240 zijn in Nederland komt een sloopauto terecht in een schreddermachine waarbij ze in stukjes van ongeveer 10 bij 10 cm. uitgespuugd wordt.

Vroeger was men zich minder bewust van milieuvervuiling.
Autobanden en koperkabels werden in brand gestoken, olie liet men gewoon in de grond lopen.Plastic,glas, metaal etc. verontreinigden de grond.
Eind jaren ’80 werd er door de overheid een systeem ingesteld dat er voor zorgde
dat allerlei stoffen van de auto op zorgvuldige wijze verwerkt werden.
Dat resulteerde ook in een efficiënter transport van de autowrakken.
Waar vroeger 5 wrakken (groter volume, meer gewicht per wrak) à zo’n 3 ton op lader werden vervoerd
kunnen nu 10 wrakken ( minder volume  en met minder gewicht per wrak)op de lader getransporteerd worden.

Wat er in het museum gebeurt en te zien is en voor wie


Vijftien jaar geleden ontstond het idee voor dit autosloperijmuseum.
Willem Reuvers vindt het leuk om te vertellen hoe de werkwijze van toen was
en hoe het nu gaat en hoopt een brede groep van jeugd en ouderen aan te spreken
door op 2 manieren zijn museum te tonen aan het publiek.
Wat hem opvalt is dat jongere mensen eerst geïnteresseerd zijn in het  huidige sloopproces van auto’s  en daarna in hoe het vroeger gebeurde. Bij oudere mensen vanaf ongeveer 40 jaar is het, volgens hem, meestal andersom.

Voor wie zich afvraagd waarin het museum zich onderscheid van een oldtimermuseum:
Oldtimers zijn wel aanwezig maar zijn te zien  zoals ze van de weg zijn afgehaald;
In identieke staat waarbij de ouderdomsverschijnselen zichtbaar zijn
zoals  bij een oude mens zonder facelift.
Er is een vrij breed aantal merken gestald: van Ford tot LaFayette, van Lincoln, tot NSU, van Volkswagen tot Opel…. teveel om op te noemen.
De oudste auto van het museum dateert  uit 1926 en is een Citroën, het model “ Queue de Poule,ofwel Kippekont “.
De nieuwste aanwinst van het museum is een Opel Record P1 Stationwagon uit 1960.
De auto’s in het museum zijn voor  het grootste gedeelte opgehaald in Nederland.
Uit Frankrijk komt veel materiaal wat hier  in  Nederland uniek is.

Er werken in het museum op dit moment zo’n 5 vrijwilligers,ook wel vrienden van het autosloperijmuseum genoemd. De oldtimers kunnen gekocht worden en ook voor onderdelen kan je in het museum terecht.
Het idee is dat het museum in de toekomst ook als tentoonstellingsruimte voor andere voorwerpen kan dienen.

Willems favoriete auto in het museum:


Een 47 Oldsmobile.

Vroeger zou de Commisaris van de Koningin, meneer Ebos uit Nieuw Beerta, in de auto door zijn prive chauffeur, die mogelijk lid was van de gemeente politie Groningen,  gereden worden.
In 1960-1961 is de auto verkocht aan meneer Pepping die woonde in de Bankastraat te Groningen.
Deze werkte op het  kantoor van het  Rijksverkeersbureau en kocht de auto voor zijn vrouw, die invalide was.
Hij stalde deze auto bij Jan Uitham, die in 1963 tweede werd bij de elfstedentocht.
Jan Uitham heeft de auto later van meneer Pepping gekocht, omdat die voor zijn vrouw een kleinere auto wilde hebben, waar ook haar rolstoel in kon. De auto heeft bij Jan Uitham 20 jaar in de schuur gestaan. De motor zat vast en de carrosserie was erg slecht.
Een firma uit Friesland heeft de motor losgeweekt en meneer Uitham verkocht de auto aan een man uit Friesland voor 1100 gulden.
De man was een beetje teleurgesteld over de carrosserie en verkocht hem door aan een garagebedrijf in Zwolle.
Daar heeft meneer Huisman uit Onstwedde de auto gekocht en hem uit elkaar gehaald, om hem te restaureren. Dit is er nooit van gekomen en toen heeft hij hem verkocht aan Willem Reuvers.



Openingstijden

De bedoeling is dat het museum 1 zondag in de maand voor het publiek geopend is en dat op
andere dagen scholen of andere groepen op afspraak rondgeleid worden.De officiële opening zal  vanaf juni plaats kunnen vinden.
 
autosloperijmuseum_52(3) autosloperijmuseum_54(3) autosloperijmuseum_51(3) autosloperijmuseum_56(3) autosloperijmuseum_03(3)

Inlogformulier


Sponsors

Banner